Koolhydraten: hoe zit dat?

Hoe kun je zelf gezondere keuzes maken? Daarbij is het handig om het verschil te weten tussen langzame en snelle koolhydraten. Maar eerst, wat zijn koolhydraten nu eigenlijk? Koolhydraten zijn zetmeel en suikers. Ze zitten in heel veel producten zoals, brood, pasta, aardappels, rijst, bonen, melk, fruit, snoep, koekjes en chips. Je lichaam verandert koolhydraten in glucose en dat komt in het bloed als bloedsuiker. Bloedsuiker wordt gebruikt alsΒ de brandstof voor je lichaam.

Verschillende koolhydraten

Nu komen de verschillende soorten koolhydraten aan bod. Sommige koolhydraten worden namelijk sneller omgezet in bloedsuiker dan andere. Dit worden snelle of langzame koolhydraten genoemd. Hoe langzamer je bloedsuiker stijgt, hoe beter. Als je bloedsuiker namelijk snel stijgt en daarna weer snel daalt door snelle koolhydraten, krijg je veel pieken in je suikerspiegel en dat is niet goed. Langzame koolhydraten bestaan uit veel vezels. En vezels verminderen die bloedsuikerpieken, maar ze geven ook snel en lang een verzadigd gevoel. Waardoor je sneller volt zit en dus minder gaat eten, ook wel snacken. Als je dus snelle koolhydraten eet, waardoor je pieken krijg is je lichaam heel even verzadigd maar heeft snel daarna alweer honger. Hierdoor kan je gaan snacken en eet je meer dan nodig is.

Boodschappen

Hoe kun je tijdens het boodschappen doen, zien of je te maken hebt met langzame of snelle koolhydraten? Dit kun je zien aan deΒ Glykemische index. Wat?! Ja dit woord wordt ook wel afgekort als GI. Op producten in de supermarkt staat er op het product de GI en dit wordt aangeduid met een getal. De Glykemische index bepaalt de mate van snelheid waarmee de glucose in het bloed wordt opgenomen. Een lage GI betekent dat het bloedsuiker langzaam stijgt en ook weer langzaam daalt (langzame koolhydraten dus). Bij een hoge GI stijgt het bloedsuiker heel snel en daalt dit ook weer heel snel (snelle koolhydraten). Maar wat is dan hoog en wat is laag? Volgens het Voedingscentrum is een hoge GI rond de 70 of hoger en een lage GI vanΒ 55 of lager. Dus weet je het in de supermarkt echt even niet of je te maken hebt met snelle of langzame koolhydraten? Kijk dan even op de achterkant naar de Glykemische index (GI) en is het getal rond de 70 of hoger dan heb je te maken met snelle koolhydraten. Staat er een GI van 55 of minder, dan heb je te maken met langzame koolhydraten.

Voorbeelden

Langzame koolhydraten zijn bijvoorbeeld volkoren producten zoals volkoren pasta of volkoren brood. Maar ook groente zijn langzame koolhydraten. Snelle koolhydraten zijn producten met witte meel erin, zoals witbrood of ‘witte’ pasta. Maar ook producten waar suiker in zit of gebakken aardappelen.

Bronnen: Diabetesfonds & Het Voedingscentrum

Misschien vind je dit ook leuk:

3 reacties

  1. Hi Lisa,

    Ik ben een nicht van je vader en ik volg je blog zeker! Dank voor je adviezen en inzichten. Top dat je dit doet!

    Lieve groet

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *